Treurmuziek (in D klein).
(1998)
D klein is bij uitstek de toonsoort van de dood, (Der Tod und das Mädchen-Schubert) van verstening, kou, sneeuw, het graf, winter etc., kortom, alle typische ‘Saturnus-thematiek’, die zo kenmerkend is voor de Neo-gothiek van de vroeg-romantische kunst van C. D. Friedrich en Schinkel ed. en muzikaal uitgedrukt in het veel-voorkomende d-klein van de romantische muziek uit die periode. (vanaf het Mozart-Requiem / Don Giovanni-ouverture)
Dit stuk is een voorbeeld van invloed van ‘De Nieuwe Eenvoud’, Pärt, Gorecky etc., een voortdurend herhalen van 2 akkoorden zoals op de 1e bladzijde het geval is. 
Op de 2e bladzijde wordt het reeds eerder besproken groot-septiem-akkoord in 4/3-ligging gebruikt, een diepzinnig, berustend en vergeestelijkt akkoord, wat in deze context iets uitdrukt van hoop en tragische berusting. Dit akkoord in As groot, echter met een lage Es in de Bas blijft tot het einde van het stuk liggen, wat iets uitbeeldt van ‘berusting na de dood van D klein’... 
   As-groot is de advents-toonsoort van ‘de donkere dagen voor kerst’, December (Boogschutter) een heel intieme, lyrische toonsoort, wat iets zou uitdrukken van een verlangen naar het geestelijke licht vanuit de allerdiepste duisternis... Het is Wagners Graals-toonsoort in zijn Parzifal.

   In dit geval ligt echter de Es steeds in de Bas, waardoor de weldadige klank van de lage Es het akkoord kleurt, zodat het ‘dieper’ klinkt dan wanneer de As in de bas zou liggen...

Het werk werd geschreven en uitgevoerd ter gelegenheid en ter nagedachtenis aan de dood van de vader van de componist bij de 75e verjaardag van zijn moeder in 1998. 
Het is geïnspireerd op een gedicht van zijn vader wat hij bij deze gelegenheid ook voordroeg. De vader van de componist schreef dit gedicht in Januari 1948, toen hij zeer verliefd was, enige maanden voor hij met de moeder van de componist in het huwelijk zou treden. De moeder van de componist was toentertijd natuurlijk nog een beeldschoon engelachtig jong meisje van 24 lentes... 

De tekst werd 50 jaar later inspiratiebron voor de toonzetting door deze treurmuziek toen de dood de beminde vrouw van de dichter inderdaad had gescheiden doordat hij haar eerder in de dood was voorgegaan... 

De tekst van het gedicht ‘Als’ gaat aldus:

Als de zonnige prille schijn
Van jouw wezen geweken zal zijn
En jouw wijkende lippen
Aan de mijne zullen ontglippen
En ik jou d’ogen zacht toe zal sluiten
Terwijl de herfstzon door de ruiten
Jou het aanschijn van een engel geeft
Weet dan, dat jij in mijn ziel verder leeft