Elegie in Bes klein.
(1993)
Over
de betekenis van Bes klein:
Een tijd lang was de componist zeer gefascineerd door de toonsoort Bes klein.
In tegenstelling tot de ietwat saaie, nietszeggende en oninspirerende toonsoort Bes groot is Bes klein wél een zeer fraaie en diepzinnige toonsoort.
Hij wordt in verband gebracht met het dierenriem-symbool Schorpioen, de Maand November, als de herfst op zijn mooist is en de natuur ‘de doodssteek’ van het doods-symbool Scorpio krijgt....
De toonsoort Bes klein is bij uitstek de
toonsoort van de dodenmarsen, zoals de bekende treurmars uit de sonate van Chopin, ‘de dood van Julia’ uit ‘Romeo en Julia’ van Prokofief, de
dodenmars uit ‘Walhalla’ van Hardy Mertens etc.
Voor het eerst
‘ontdekte’ de componist de toonsoort Bes klein in zijn ‘Symphonia opus
21’ uit 1991, (ook onder invloed van de treurmuziek van Pärt) en ook in de
Elegie opus 25 werd Bes klein als d? centrale toonsoort benut.
Elegie
in Bes klein.
(1993)
Deze Elegie ontstond rond dezelfde tijd, in 1993. (iets later)
De componist heeft een sterke affiniteit met de ‘Scorpio-thematiek’
aangezien in zijn horoscoop zijn Zon in het ‘8e huis’ staat (het huis van de
dood, van Scorpio) en zijn 2 beste vrienden zijn Scorpio’s met grote interesse
in Scorpio-thematiek...
(de dood, dieptepsychologie etc.)
Een van deze vrienden, Hans Pluim, was zelf pianist en hij had ook alle
cursussen van de componist gevolgd over de betekenis van de toonsoorten en
‘Antroposofie en Muziek’.
Hans was ook zeer in Astrologie geinteresseerd.
Wat betreft de muziek vertelde Hans altijd dat er 2 dingen in de muziek erg belangrijk voor hem waren:
De pentatoniek en het klein-septiem-akkoord (wat van de pentatoniek is afgeleid).
Hij vertelde dit met zo’n grote stelligheid dat iedere keer als de componist
een klein-septiem-akkoord in zijn composities gebruikte, hij dit eigenlijk voor
Hans deed, om Hans een plezier te doen, want Hans was een grote bewonderaar van
de muziek van de componist en er was daarom geen groter genoegen dan om Hans een
compositie voor te spelen waar een klein-septiem-akkoord in was verwerkt...
Ook in deze elegie worden in het middendeel veel kleine septiem-akkoorden
gebruikt, bovendien staat het werk in Bes klein, de Scorpio-toonsoort, de
toonsoort van de Scorpio en de dood, het sterrenbeeld van de horoscoop van Hans
Pluim, rede waarom de componist vaak aan Hans moest denken als hij dit stuk
speelde....
Het karakter van de
elegie is uiterst tragisch, want het hoofdthema is een ‘Seufzer’, een
‘zucht’, bij uitstek de muzikale figuur die de tragiek van het snikken en
zuchten uitdrukt, bovendien in een steeds opnieuw zich herhalende dalende
beweging, ahw. een ‘niet-aflatend-zuchten en steunen’...
De
elegie staat in de ABA-vorm.
In het middendeel klinkt een elegische melodie met
de berustende kleine-septiem-akkoorden.
Aan het eind komen de ‘snikken’ weer
terug, en het lijkt wel of aan het eindeloze klagen en snikken geen einde komt,
het oneindige leed verklankend....
Het werk klinkt uit en sterft weg in de verte, met een soort smeekbede, een
vraag....
Hans Pluim had zijn Zon in
Scorpio in het 12e huis staan, het huis van eenzaamheid, isolement,
verslavingen, het einde (het huis van de Vissen), de liquidatie, en het is
merkwaardig hoe in dit geval deze horoscoop zo acuraat was:
De Zon staat
namelijk ook voor de leeftijdsfase van 21 tot 42 jaar, het midden van het leven.
Wanneer de Zon dus in het
12e huis staat kan dat wijzen op de genoemde 12e huis-problematiek:
Vereenzaming, verslaving, dood….
Dat is inderdaad wat er met Hans gebeurde, en wel in de
‘zonne-leeftijdsfase’ bovendien....
Hij had last van depressies en angsten,
en de laatste jaren trok hij zich terug in zijn huis, gaf het pianolesgeven op,
en toen het na jaren eindelijk weer even beter met hem leek te gaan zakte hij
met een hersenbloeding plotseling in elkaar en werd in het ziekenhuis opgenomen
waar hij enige weken in coma lag.
In die tijd speelde de componist vaak deze
elegie omdat dit werk hem het meest aan Hans deed denken door alle thematiek die
erin verborgen zit (Bes klein, Scorpio, treurmuziek, kleine septiem-akkoorden
etc.)
Hans stierf in September van het jaar 2000 op 41-jarige leeftijd (in de
‘zonneleeftijd’ dus !), bij welke gelegenheid de componist bij de
begrafenisplechtigheid nog een toespraak hield.
Nu werd hij ten grave gedragen
en lag nu in een typische ‘Scorpio-plaats’, een begraafplaats, een sombere
en macabere ‘Bes-klein-plaats’, waar treurmuziek en dodenmarsen bij horen...
De componist en Hans Pluim
hadden bij zelfgeorganiseerde concerten vaak elkaar bijgestaan, bij elkaar
opgetreden en de blaadjes omgeslagen.
(de componist had bv. een keer op een
concert met hem zijn ‘Daphnes muziekboek, -piano-quatremains’ gespeeld)
Toen
de componist op 1 Oktober 2000 voor het eerst een piano-recital gaf met
uitsluitend zijn eigen werken, moest hij dat voor het eerst doen zonder de
aanwezigheid van Hans, zijn enige echte ‘muziek- en pianovriend’, wat
natuurlijk zeer triest was.
Bij deze gelegenheid besloot de componist om deze
Elegie in Bes klein speciaal ter nagedachtenis aan Hans te spelen, en het posthuum aan hem op te dragen....