Uitgebreide toelichtingen over de Pianomuziek van Marc van Delft

Over de Pianomuziek van Marc van Delft
De merendeels lyrische pianowerken van Marc van Delft [die in een pianobundel bijeengebracht zijn die men bij de componist zou kunnen verkrijgen] zijn ontstaan in een tijdsbestek van ca. 25 jaar.
Het eerste werk stamt uit 1975 (Prelude in A), -de componist was toen ca. 17 jaar- , de laatste werken stammen uit het jaar 2000, geschreven toen de componist 42 jaar oud was.
Voor de lyrische pianowerken geldt dat deze alle min of meer vanuit een privé-impuls van een meer intieme aard, als lyrische ontboezemingen zijn ontstaan, en niet zozeer bedoeld voor de grote podia of voor het moderne-muziek-circuit. Het gehanteerde muzikale idioom is meestal niet ‘vooruitstrevend-modernistisch’ in de zin dat getracht is om zeer moeilijke, ingewikkelde en ritmisch gecompliceerde muziek te componeren in een Post-Weberniaanse atonale muzikale taal. Integendeel, de componist heeft in deze muziek alleen maar zijn aller-intiemste en tederste gevoelens van veelal een romantisch-dromerig en weemoedig karakter trachten te verklanken, wat echter niet wil zeggen dat hij niet heeft getracht allerlei nieuwe klankwerelden in de harmonie te onderzoeken. Wat betreft het hanteren van in zijn ogen ‘nieuwe’ harmonieen zijn vooral de Preludes nr. 3, 8, 10, 11 en 12 kenmerkend.
    -Overigens zijn al deze werken los van elkaar ontstaan en nooit bedoeld of gepland om als eenheid bij een concert te worden uitgevoerd, zoals bv. met de Preludes van Chopin of Debussy het geval is.
  
Om bv. alle 12 de Preludes op een concert uit te voeren zou ook misschien wat moeilijk zijn omdat bijna alle Preludes langzaam tot zeer langzaam zijn, men zou kunnen zeggen dat ze bijna alle een verstild en bijna meditatief karakter hebben...
  
Indien men op een pianorecital toch meerdere pianowerken van de componist uit dit boek zou willen spelen, en om tóch enige afwisseling van snelle en langzame nummers te hebben heeft de componist er enige werken met snelle beweging aan toegevoegd bij de afdeling: ‘Werken met een meer symphonisch karakter’, zoals de ‘Symphonia’ en de ‘Balkan-fantasie’. Ook de preludes nr. 1, 2, 8 bevatten snellere passages, maar over het algemeen zijn de pianostukken vrij langzaam en technisch wellicht niet zodanig gecompliceerd dat zij niet door een redelijk geschoolde amateur-pianist gespeeld zouden kunnen worden (behalve dan wellicht de al eerder genoemde snellere werken).
  
Wat betreft het muzikale idioom kan worden gezegd dat men veel invloed van het muzikale Impressionisme in de harmonie en de pedaal-effecten aantreft. Debussy en Ravel zijn daarbij de grote voorbeelden van de componist. In sommige stukken kan men ook invloed van de ‘nieuwe eenvoud’ terugvinden (Minimal-music-tendenzen, d.w.z. muziek met veel herhalingsfiguren zoals Arvo Pärt en Gorecky ed.) zoals vooral in de werken met een ‘treurmuziek-karakter’ en prelude nr. 5 bv. ...
  
De koraal-achtige werken hebben wellicht een meer traditioneel harmonisch idioom, -deze zijn ook veelal voor blaasorkest bedoeld (overigens zijn ook de symphonisch-achtige werken voor blaasorkest bedoeld).
  
De kracht van deze muziek ligt wellicht in de harmonie, het zoeken naar mooie en geraffineerde akkoorden, fraaie klanken in combinatie met de pedaal-effecten etc. Voor wie hier gevoelig voor is kan deze muziek wellicht een weldaad zijn, voor de anderen is zij dat misschien niet.
Voor wie niet in staat is te horen welke bijzondere harmonieen zijn gebruikt is deze muziek wellicht niet besteed.
    Vermoedelijk zal dit soort muziek op de meeste waardering kunnen rekenen bij pianisten of componisten, of althans mensen die op dezelfde wijze als de componist op zoek zijn naar / of gevoelig zijn voor het soort klanken en harmonieen die op de piano mogelijk zijn en die verwant zijn aan de stemmingen en de betovering, de magie en het mysterie die componisten als Debussy, Ravel, Sibelius, Bartok, Holst, Vaughan Williams, Skriabin en anderen in hun piano- of orkest-werken aan het begin van de 20e eeuw wisten op te roepen in het ‘belle Époque’, het schone tijdperk...