Intiem-verstilde, lyrische pianomuziek,
-algemeen-

  Deze pianowerken zijn alle min of meer vanuit een privé-impuls van een
meer intieme aard, als ‘lyrische ontboezemingen’ ontstaan. Het gehanteerde muzikale idioom is daardoor niet modernistisch, want in deze muziek heeft de componist zijn allerintiemste en tederste gevoelens van een romantisch, dromerig en weemoedig karakter trachten te verklanken, wat echter niet wil zeggen dat niet getracht is allerlei nieuwe harmonische klankwerelden te onderzoeken .
    De pianostukken zijn alle los van elkaar ontstaan en zijn nooit bedoeld of gepland om als eenheid bij een concert te worden uitgevoerd, evenmin duidt de nummering der preludes op een chronologische of uitvoeringstechnische volgorde.
    In de keuze van de pianowerken op deze site zijn de stukken gebruikt die de componist het meest aan zijn hart gaan, en die het meest een verstild en meditatief karakter hebben, zodat dit misschien ook bruikbaar zou kunnen zijn als ‘ontspanningsmuziek’ / ‘meditatiemuziek’... (?)
  
Wat betreft het muzikale idioom kan worden gezegd dat men veel
invloed van het Impressionisme in de harmonie en de pedaaleffecten
aantreft. Debussy en Ravel e.a. zijn daarbij de grote voorbeelden.
  
Ook kan men de invloed van de ‘nieuwe eenvoud’ terugvinden
(minimal-music-achtige meditatieve herhalingspatronen (bv. Arvo
Pärt)  ).
  
In veel stukken heeft de componist vanuit de expressieve werking
van de toonsoorten gecomponeerd. Zo vindt men er de volgende
toonsoort-karakteristieken:
  
D klein is de toonsoort van winter, dood, kou, verstening, starheid, verharding.
  
De B is de toonsoort van de ‘hemelse vrouwe’, de ‘femme fragile’
(de Maagd), het ijle, tere, romantische, etherische, de ‘lichthoogte’.
  
De G (de Saturnustoon) leent zich o.a. voor mystieke stemmingen
met wijdse, ruimtelijke-kwint-achtige pedaaleffecten, zoals bv. het
begin van Debussy’s Chathédrale engloutie.
  
De E is de mooiste en meest weldadig klinkende toon / toonsoort,
vooral als bastoon.
  
Bes klein (Scorpio) is de duistere, zwart-sombere toonsoort van de
Begravenis- en treurmuziek, treurmarsen etc.
Een stijlkenmerk van de componist is het veelvuldig gebruik van het groot-septiem-akkoord in 4/3-ligging, wat een verheven en diepzinnig-
mystiek karakter heeft. Het wordt vooral gebruikt in combinatie met
Arvo Pärt-achtige herhalings-technieken.
  
Het lievelingsakkoord van een van de beste vrienden van de componist, de pianist en geestverwant Hans Pluim was het klein-septiem-akkoord.
Iedere keer als de componist dit akkoord gebruikte deed hij dit eigenlijk
voor Hans... Toen Hans in het jaar 2000 ten grave werd gedragen
besloot de componist de Elegie in Bes posthuum aan hem op te dragen, ook mede vanwege het sterrenbeeld van Hans: Scorpio=Bes klein, de ‘Begravenistoonsoort’.... en de intens trieste stemming van dit werk. Toen Hans in coma in het ziekenhuis lag moest hij steeds aan dit werk denken....
Veel pianostukken werden overigens geinspireerd door tragisch aflopende liefdesaspiraties voor lieftallige dames (Aphrodites...)…

Lyrical and intimid pianopieces in which the composer did put his most intimit feelings , mostly for his beloved ones, mostly tragically rejected by them.