
Het kindje is dus geboren, en daarin incarneerde zoals beschreven in het
Lucas-evangelie,
de onschuldige mensheidsziel Adam Kadmon, die nog nooit was geïncarneerd,
een hele jonge en onschuldige ziel.
Nu hangt G groot samen met dierenriemteken Stier, en Lucas is ook de
evangelist van de Stier,
en in het Lucas- Kerstverhaal komt zelfs de ‘Stier’ zelf voor,
namelijk, in het stalletje met Jezus in de kribbe zijn de os
en het ezeltje aanwezig. De OS…. !
G groot is de typische toonsoort van het kinderlied, het volkslied, het
herderslied
en vooral ook van het kerstlied, want de meeste kerstliederen staan in G
groot,
als toonsoort van de herders, de OS (Stier) en van evangelist Lucas.
In het Kerst-oratorium van Bach staat bv. de 2e cantate in G dur,
en juist in deze cantate vertelt Bach het verhaal over de herdertjes,
en bovendien gebruikt hij hier maar liefst 4 hobo’s
– dat zijn natuurlijk de herders-schalmeien!
In G klinkt nu dus het lied over het kindeken Jezus, geboren in het
stalletje te Bethlehem
waar de herders op bezoek komen, ook in een teder intieme stijl.
Dan voert een crescendo weer naar Es groot en daarin klinkt, nu wat
uitbundiger, het lied:
"Stille nacht, heilige nacht”.
Als dat weer uitsterft volgt het snelle gedeelte van het werk:
Eerst klinkt in G, het begin van "De herdertjes lagen bij nachte".
Nu volgt een soort potpourri van een heel aantal bekende kerst-liedjes in
een meer uitbundige stijl,
immers de herders worden 's nachts gewekt door de engelen die het Gloria
zingen,
en het Gloria is het meest uitbundige en glorieuze deel van de 5 delen van
de MIS
in de katholieke kerkdienst.
En het is in dit engelengezang, het Gloria, waarbij de herders worden
opdragen
om Jezus en Maria te bezoeken.

De herders zijn natuurlijk ook vrolijke en uitbundige figuren, met vrolijke,
meer volkse manieren.
Bij kerstmis hoort ‘Vrede op aarde’, maar ook….
klokgelui, feestelijkheid, kerstmaaltijden en (onwinterse…) vrolijkheid.
En de typische Kersttoonsoorten Es, B en G groot komen ook nog geregeld
langs.
In de erop volgende ‘potpourri’ trekken de volgende Kerstliedjes voorbij:
-Ding Dong merrily on high ;
-Deck the hall;
-Midden in de winternacht ging de hemel open;
-’t Is geboren het Godd’lijk kind;
-Nu zijt wellekome;
Om tenslotte in een uitbundige apotheose in de majestueuze toonsoort Es
groot
te eindigen met het vrolijke lied:
-Jingle Bells, Jingle Bells, Jingle all the way;

Bladmuziek:
Score
Vioolpartij