Kerstliederen-fantasie opus 200 – 2023
Voor viool en piano



De Kerstliederen-fantasie is een werk waarin een heel aantal traditionele kerstliederen zijn verwerkt.

Het begin heel zacht, donker en nachtelijk in Es groot, de Kerst-toonsoort van midwinter
(dierenriemteken Steenbok, - een donkere toonsoort met 3 mollen....).

Meteen daarop volgt een gedeelte in B groot, de lichte en tere Maagd-Maria-toonsoort
waarin min of meer (onherkenbaar…) het kerstlied 'Maria die zoude naar Bethlehem gaan' is verwerkt,
in een heel teder en intiem gedeelte.
Hier gaat het om Maria nog voor de geboorte van Jezus.

B groot is de toonsoort van dierenriemteken Maagd, en de B is ook de Maantoon,
en aartsengel Gabriël is de Maan-aartsengel, die bij Maria de geboorte van Jezus aankondigt.

Bovendien hoort de aartsengel Gabriël volgens Rudolf Steiner bij het jaarfeest van Kerstmis.

Dit wordt gevolgd door het innig verstilde “Stille nacht”, nu in Es groot
want Es groot is ook de toonsoort van de middernacht.
De stille, heilige nacht, toen het kindje Jezus op aarde kwam....

Dan gaat de muziek naar G groot en klinkt in een evenzeer teder intieme stijl, het lied:
'Hoe leit dit kindeken'.
 



Het kindje is dus geboren, en daarin incarneerde zoals beschreven in het Lucas-evangelie,
de onschuldige mensheidsziel Adam Kadmon, die nog nooit was geïncarneerd,
een hele jonge en onschuldige ziel.

Nu hangt G groot samen met dierenriemteken Stier, en Lucas is ook de evangelist van de Stier,
en in het Lucas- Kerstverhaal komt zelfs de ‘Stier’ zelf voor,
namelijk, in het stalletje met Jezus in de kribbe zijn de os en het ezeltje aanwezig. De OS…. !

G groot is de typische toonsoort van het kinderlied, het volkslied, het herderslied
en vooral ook van het kerstlied, want de meeste kerstliederen staan in G groot,
als toonsoort van de herders, de OS (Stier) en van evangelist Lucas.

In het Kerst-oratorium van Bach staat bv. de 2e cantate in G dur,
en juist in deze cantate vertelt Bach het verhaal over de herdertjes,
en bovendien gebruikt hij hier maar liefst 4 hobo’s
– dat zijn natuurlijk de herders-schalmeien!

In G klinkt nu dus het lied over het kindeken Jezus, geboren in het stalletje te Bethlehem
waar de herders op bezoek komen, ook in een teder intieme stijl.

Dan voert een crescendo weer naar Es groot en daarin klinkt, nu wat uitbundiger, het lied:
"Stille nacht, heilige nacht”.

Als dat weer uitsterft volgt het snelle gedeelte van het werk:

Eerst klinkt in G, het begin van "De herdertjes lagen bij nachte".

Nu volgt een soort potpourri van een heel aantal bekende kerst-liedjes in een meer uitbundige stijl,
immers de herders worden 's nachts gewekt door de engelen die het Gloria zingen,
en het Gloria is het meest uitbundige en glorieuze deel van de 5 delen van de MIS
in de katholieke kerkdienst.

En het is in dit engelengezang, het Gloria, waarbij de herders worden opdragen
om Jezus en Maria te bezoeken.
 


De herders zijn natuurlijk ook vrolijke en uitbundige figuren, met vrolijke, meer volkse manieren.

Bij kerstmis hoort ‘Vrede op aarde’, maar ook….
klokgelui, feestelijkheid, kerstmaaltijden en (onwinterse…) vrolijkheid.

En de typische Kersttoonsoorten Es, B en G groot komen ook nog geregeld langs.

In de erop volgende ‘potpourri’ trekken de volgende Kerstliedjes voorbij:

-Ding Dong merrily on high ;
-Deck the hall;
-Midden in de winternacht ging de hemel open;
-’t Is geboren het Godd’lijk kind;
-Nu zijt wellekome;

Om tenslotte in een uitbundige apotheose in de majestueuze toonsoort Es groot
te eindigen met het vrolijke lied:
-Jingle Bells, Jingle Bells, Jingle all the way;


 

Bladmuziek:
Score
Vioolpartij