Audiovoorbeelden
/ Audio
examples:
Opname van de première
(7-10-'12) Elandstraatkerk Den Haag door Anton Doornhein
Michaelslied 1
/
Michaelssong 1 (Bede aan sint Michael)
Michaelslied 2
/
Michaelssong 2 (Michael met uw lichtend zwaard)
Michaelslied 3
/
Michaelssong 3 (O onoverwinbre Godesheld)
Michaelslied-fantasie
opus 153 2012
De bladmuziek is te verkrijgen bij de componist.
The music is obtainable with the composer.
Reacties op de orgelmuziek van
Marc van Delft
Opgedragen aan- en gecomponeerd voor Anton
Doornhein en de Haagse Vrije School (met 3 Vrije School Michaelsliederen er in
verwerkt) en ter gelegenheid van het Michaelsfeest (Michaelstijd) - 2012 (voor
het orgelconcert door Anton Doornhein op 7 oktober in de Elandstraatkerk - Den
Haag)
Dedicated to and composed for Anton Doornhein and the The
Hague Waldorf school (with 3 Waldorf school Michaels songs used in it) for the
Michaels feast / Michaels time - 2012
(for the organ concerto by Anton Doornhein on October the 7th in the Elandstraat
church - The Hague)
Michaelsliederen-fantasie opus 153 (2012) van Marc van Delft
De
Michaelsliederen-fantasie voor orgel werd in de zomer van 2012 gecomponeerd voor
het orgelconcert op 7 oktober in de Elandstraatkerk door Anton Doornhein, en
aangezien dit nog in de Michaelstijd valt (29 september is de Michaelsdag)
besloot ik er een Michaelsstuk van te maken.
Het werk
is opgedragen aan Anton Doornhein, tot nu toe de enige organist die zich actief
heeft ingezet om mijn orgelwerken te spelen.
Ook had
ik nauwlettend het proces van de restauratie van het prachtige romantische orgel
uit de Elandstraatkerk gevolgd, omdat het de stamkerk van mijn jeugd is waar
mijn hele familie bij betrokken was. Mijn broer David, mijn ooms en tantes (Thea,
Ton) zongen in het kerkkoor, mijn neef Tonnie van Nierop was er dirigent van het
koor en orkest en opvolger van Jos Vranken, tante Maya en oom Jan Haak gingen er
heen, en het was de parochie waar mijn moeder nog steeds naar de kerk ging en
bevriend was met pastoor Grimbergen en daarna pastoor van Haasteren. Dank zij de
connecties van mijn moeder met deze Ignatius-parochie werd mij beloofd dat, als
het orgel eenmaal gereed zou zijn, ik ook op het orgel zou mogen spelen. In die
jaren had ik geregeld contact met Ed van Aken, de hoofdorganist, die de
restauratie n vernieuwingen van het orgel ook had aangezwengeld.
Het was dan ook een feestelijk gebeuren toen het orgel eindelijk weer in gebruik
werd genomen, en een grote dag voor Ed..
Voor het
componeren van dit werk heb ik 2x op dit orgel geoefend en geëxperimenteerd.
Het stuk is dus ook speciaal voor dit orgel geschreven.
Ook is het werk
opgedragen aan de Haagse Vrije School waar ik mijn jeugd doorbracht, waar ik de
Michaelsvieringen mee mocht maken, en waar ik de Michaelsliederen leerde kennen.
Ik had in 2 eerdere Michaelswerken (de ‘Michaelssymfonie’ uit 1994 en de
‘Michaels dag symfonie’ uit 2011) het Vrije school-Michaelslied: ‘Michael,
Michael, met uw sterren zwaard’ verwerkt (maar dan in mijn eigen versie, omdat
ik het lied vanuit mijn herinnering had genoteerd en niet de bladmuziek had,
hetgeen ook een sterkere en meer heroïsche versie is…) maar het leek me voor dit
nieuwe werk leuk om eens wat andere Michaelsliederen te gebruiken.
Ik bewaar hele bijzondere herinneringen aan de Michaelsvieringen tijdens mijn
jeugd op de Haagse Vrije school, vooral de heroïsche Michaelsliederen die door
de gehele school weerklonken tijdens de schoolfeesten maakten veel indruk.
(En niet te vergeten de spookzolder, de draken die verslagen werden en alle
spelen…)
Ik had echter niet de bladmuziek van de Haagse Vrije school Michaelsliederen en slechts vage herinneringen aan deze liederen, dus ik probeerde contact op te nemen met de muziekleraren van de Haagse Vrije school teneinde de bladmuziek te kunnen kopiëren.
Dat bleek
echter nog niet zo gemakkelijk, Douwe Klinkenberg, de muziekleraar liet niets
horen op mijn e-mail want hij bleek zwaar ziek te zijn en tijdelijk niet
werkzaam op de school, en tijdens een, overigens, geweldig concert van het Vrije
schoolkoor en –orkest in de Antonius Abtkerk eind juni, kwam ik muzieklerares
Sietske Asselberg-Hagedoorn tegen, met wie ik 2x een afspraak maakte op de Vrije
school voor de bladmuziek, maar wat 2x voor niets was, omdat het
Michaelsliederenboek zoek was…
Zij wees mij er echter op dat deze liederen ook op internet te vinden waren,
en inderdaad vond ik op internet een website met de bladmuziek van een aantal
landelijke Vrije School Michaelsliederen. Nadat ik deze had bekeken bleek het
dat er 3 liederen waren die op mij de indruk maakten dat ze een verre
herinnering aan mijn jeugdervaringen met de Michaels-liederen opriepen.
Het zijn liederen met een heroïsch, Michaelisch karakter en allen in D klein
/ D dorisch, bij uitstek de apocalyptische Michaelstoonsoort…
Al voor de zomervakantie was ik begonnen met het werk, het grootse en
majestueuze begin, wat Michaels grootsheid verbeeldt, waarvoor ik 2 x op het
orgel van de Eland-straatkerk had geoefend, maar ik was niet echt tevreden over
het vervolg, en toen kwam de 2-weekse reis naar Frankrijk ertussen van 10-26
juli.
Toen we onderweg bij de Mont st. Michel kwamen waar mij eerder hele bijzondere
Michaelservaringen toevielen (Nadat ik Michael had toegezongen met het
Michaelslied) met een symmetrische wolkenlucht en een regenboog boven de
Michaelsberg, heb ik nog, staande voor de Mont in de verte , de Michaelsliederen
gezongen die ik later in het werk zou verwerken.
Na de Frankrijkreis had ik het eerst te druk met de zomer en met andere
dingen en tegen het eind van augustus kreeg ik eindelijk weer de inspiratie om
met het werk verder te gaan.
Ik veranderde het anticlimaxgedeelte na het majestueuze begin, zodat de
muziek afebt via een mysterieus tussenstuk en dan naar een nulpunt gaat van
waaruit dan het eerste Michaelslied opklinkt wat ik er in zou verwerken: de
‘Bede aan sint Michael’, ‘Laat mij een Godesstrijder zijn in de broederschap der
graal’…
Maar
eerst zal ik wat meer vertellen over het majestueuze begin:
In D klein begint het werk met brede, majestueuze akkoorden, gevolg door een
5/4-maat met een achtstenbeweging in D groot met een stijgende trapsgewijze
beweging in de middenstem.
Deze 2 bewegingen wisselen elkaar af, en het 1e gedeelte eindigt met
een stralend E groot op maat 19. Op maat 20 gaat het verder in Cis dorisch met
die achtsten-beweging, waarna op maat 27 een belangrijk nieuw dalend motief in
¾-maat klinkt, wat verder wordt verwerkt en naar een anticlimax voert. Deze
dalende beweging is eigenlijk verwant met het meest heroïsche gedeelte uit het
derde Michaelslied wat later tegen het einde aan bod komt: Het lied: ‘O
onverwinbre Godesheld, Sint Michael.’ Het gaat daarbij om de dalende melodie op:
‘Help ons hier strijden, wil ons bevrijden’, een melodiewending die mij wel
duidelijk was bijgebleven vanuit mijn jeugdherinneringen…
Na deze dalende bewegingen die in E dur eindigen op maat 63 volgt een
mysterieus tussen-stuk vanaf maat 72 met een kort-lang-ritme, in de
Bartoktoonladder, waarna de basmelodie na maat 80 in de diepte verdwijnt met dit
motief en naar D klein moduleert.
In de bas [maat
88] klinkt nu een langdurige bourdonkwint op de D (D-A), waar boven, in een
verstild pp het 1e Michaelslied klinkt: de ‘Bede aan sint Michael’,
‘Laat mij een Godesstrijder zijn in de broederschap der graal’…

Er volgen nu een soort Variaties op deze melodie, waarbij deze melodie in totaal
6x in zijn geheel weerklinkt voordat de melodie afgesplitst wordt (alleen de 1e
4 maten) en naar een anticlimax voert.
Het heeft een streng, verheven en ook wel strijdvaardig karakter, dit gedeelte,
vanaf het forte, een typisch heroïsch Michaelisch karakter.
De 1e maal klinkt het echter zacht en ijl. De heroïsche muziek
begint als het de 2e x in forte klinkt, met veel parallelle kwarten
en een middenstem in achtstenbeweging.
De derde maal
verschijnt het in fortissimo, waarbij de melodie in de middenstemmen zit en de
rechterhand voornamelijk parallelle drieklanken speelt.
Het hoogtepunt van dit gedeelte is het als de melodie in het pedaal weerklinkt
en in de rechterhand een snelle 16-den-beweging gespeeld wordt. Daarna komt de
melodie weer in de bovenstem met parallelle kwinten en kwarten, zowel in de
boven- als de middenstem.
Dit alles maakt een ietwat strenge en meedogenloze indruk, en Michael is ook
inderdaad een strenge aartsengel, de aartsengel van het laatste oordeel die de
zielen weegt die naar de hemel of de hel gaan, en het is de strijder die de
draak verslaat…
Maar het mineurkarakter van de liederen en deze muziek geeft ook aan dat wij,
levende volgens Steiner in de Michaelstijd, waarbij Michael de tijdgeest is, in
woelige, moeilijke en soms rampzalige apocalyptische tijden leven, immers,
Michael is de meedogenloze aartsengel van de Apocalyps, het laatste oordeel…
Wie denkt aan
de 20e eeuw met haar 2 wereldoorlogen, de atoombom op Hiroshima, de
fatale vernietiging van natuur en milieu, de fatale bevolkingsgroei, het
leegplunderen en verwoesten van de aarde door ontbossing, houtkap, monoculturen
met bodemerosie en woestijnvorming als gevolg, aan de bio-industrie, aan de
armoede in de derde wereld, die ziet dat we in tijden leven waarbij voor het
eerst de totale vernietiging van de aarde en ons voortbestaan een reële
mogelijkheid is geworden…
Die begrijpt ook dat de mensen die voor de lichtkant strijden, voor
menselijkheid, spiritualiteit, natuurlijkheid, mededogen, vrede, naastenliefde
en hulp aan de lijdende mensheid en de natuur, heroïsche Michaelieten moeten
zijn, en wakkere en alerte michaelische moedkrachten moeten opbrengen tegenover
een overweldigende overmacht van duistere drakenmachten, de drakenkrachten van
het materialisme, egoïsme, hebzucht, vernietigingsdrift, ijdelheid,
kleinburgerlijkheid, bekrompenheid, dufheid, vooroordelen, gemakzucht en
stompzinnigheid etc.
Deze liederen zijn een oproep aan de mens om wakker en alert te worden en om
moedig te staan voor het ware, schone en goede, voor liefde, wijsheid en moed,
om standvastig te zijn tegenover de draak, en als een held, moedig de draak
tegemoet te treden die overal op ons loert, in de vorm van bv. de bureaucratie,
via de staat als instrument van het kwaad, via de commercie en het brood en
spelen, via de multinationals, de banken, de media, de televisie, de kranten en
tijdschriften, en natuurlijk vooral ook via onze eigen innerlijke zwakheden …
Nadat het 1e Michaelslied in de diepten verzinkt [blz. 11 bovenaan] klinkt nu in het pp het 2e Michaelslied [maat 161], wellicht het bekendste Michaelslied, welks melodie ik in twee eerdere grote orkestwerken had verwerkt (maar dan in mijn eigen, meer heroïsche versie) .
Het gaat om
het lied: ‘Michael, met uw lichtend zwaard’, maar nu in een heel tere en ijle
vorm, want dit puur pentatonische lied is toch ook een kleuterlied, en de
kleuterziel heeft nog hemelse trekken…

Aan het eind
van het werk komen echter motieven uit dit lied nog een maal terug, maar dan in
grootse, majestueuze en heroïsche vorm.
Op maat 184 beëindigt een dalende melodie deze passage en het gaat naar een
nulpunt op de lage D…
Nu komt het meest dramatische gedeelte, de strijd met de draak, de
Apocalyps.
Het lang-kort-ritme waren we eerder tegengekomen op maat 72, maar nu, vanaf maat
189 neemt het ritme een dreigend karakter aan dat vanuit de duistere diepten
zich begint te roeren…
De draak en al haar ‘monsters from Hell’ bereiden een nieuwe aanval voor op de
mensheid..
Nu volgt een zeer dissonant en min of meer atonaal-achtig gedeelte waarbij steeds is uitgegaan van de dissonante samenklank C-F-Fis_B bv., kleine secundes en tritonussen (of: C-Des-Fis-G) , kortom de meest duivelse intervallen…
Deze klinken
voor het eerst op maat 197…
Op 200 zwelt het duivelse akkoord aan en dan barst de strijd met de draak los,
waarbij voortdurend deze dissonante samenklanken worden gebruikt.
Dit voert tenslotte naar een climax op maat 240 en een fatale ineenstorting op maat 243.
Op maat 254
volgt een teder en weemoedig ‘Dolorosa’ in de tere en hemelse maantoonsoort B
klein, bij uitstek de toonsoort voor het oervrouwelijke en het hemelse, als ware
het de moeder van Jezus, treurende onder het kruis…
In deze passage vinden we een baslijn die steeds verder afdaalt en daarbij in
spanning en dynamiek toeneemt (tijdens bladzijde 17) tot weer een fortissimo is
bereikt op maat 277.
Bladzijde 18 opent [op maat 278] met majestueuze kwintklanken, Michael als de
overwinnaar verbeeldende.
Op maat 281 volgt de reprise van de achtstenbeweging in D groot van het
begin, en op maat 282 weerklinken de indrukwekkende openingsmaten van het werk.
Op maat 284
zet die achtstenbeweging in D groot zich voort maar de melodie daalt af, waarna
op maat 286 het bekende Gregoriaanse Dies Irae-motief in de middenstem
weerklinkt, terwijl in de bovenstem zich de dalende melodie uit het
begingedeelte zich weer laat horen. [maat 286-287]
Michael is de aartsengel van de Apocalyps, van het laatste oordeel, vandaar
het Dies irae-thema, het ‘Dag des Oordeelsthema’ !!!
Deze melodieën worden tussen maat 286 en maat 295 verder voortgezet, het is
een dramatische passage, waarna nu dan eindelijk het laatste en wellicht meest
heroïsche Michaelslied weerklinkt! Want hierin wordt Michael als onoverwinnelijke Godesheld bezongen!

We naderen
nu het overwinningsslot, het is ook een zeer grootse en dramatische passage, het
citeren van dit grootse strijdlied !
Merkwaardig genoeg eindigt de melodie van dit lied op een Fis [de majeurterts
in D] maar het was in mijn werk eigenlijk nog te vroeg voor het zegenrijke D
groot-akkoord (volgens Hermann Beckh bij uitstek de Michaels
overwinningstoonsoort)…
Maar er was ook nog een aspect wat muzikaal nog niet aan bod was gekomen,
namelijk de samenhang van het Michaelsfeest met het herfstfeest, de tijd waarin
de zon in het sterrenbeeld Weegschaal komt, samenhangend met het beeld van
Michael met de Weeg-schaal (en tevens het beeld van Vrouwe Justitia, de
Michaelische Zonnedeugd (Michael is de Zonne-aartsengel…) van de gerechtigheid
symboliserende (de dag des oordeels is ook de Dag van de gerechtigheid…)…) wat
qua toonsoorten samenhangt met Fis/Ges-groot.
Op bladzijde 20
[maat 311] klinkt het Fis groot van de weegschaal, waarna een typische
weegschaalbeweging volgt… (strikt genomen geen Fis dur, want de terts ontbreekt…)
Deze beweging gaat echter steeds verder naar boven terwijl op een gegeven
moment de bas ook verder afdaalt, tot een hoogtepunt wordt bereikt op het
dramatische dissonante akkoord van maat 324.
We kunnen
hierbij ook denken aan Michael als zieleweger van het laatste oordeel…
De weegschaal lijkt immers wel een vriendelijk beeld, want de weegschaal als
sterrenbeeld is het beeld van een vrouwelijk type dat van liefde, vrede en
harmonie houdt, denk bv. aan Debussy’s ‘la fille aux cheveux du lin’, of de
prelude van Chopin….
Maar de weegschaal in de handen van Michael is het beeld van de genadeloze zieleweger van de dag des oordeels, de dag der verschrikkingen, zoals Michael in de indrukwekkende laatste oordelen op kathedraalreliëfs, of op laatste oordelen van de Vlaamse Primitieven (denk aan die van Hans Memling!!), is te bewonderen…
Op maat 326 volgt weer een soort reprise van het majestueuze begin, Michaels grootsheid!
Dit voert dan naar de slotcadens voor de dominant van D groot, de grootse Michaels-overwinnaars-toonsoort op maat 328.
Het
slotgedeelte begint met Michaels overwinningsmotief in D groot, de
achtstenbeweging met de stijgende middenstem.
Dan volgt een motief uit het 2e Michaelslied op maat 333: 3x klinkt
de machtige dalende kwintuitroep: ‘Michael, Michael, Michael’, dan de slotcadens
op ‘met uw sterren zwaard’.
Op maat 337
wordt weer de toonsoort D groot (in de Bartoktoonladder) bereikt, nu echter
eindig ik dan met het dalende motief uit het begin omdat dat toch wel een van de
belangrijkste motieven is geworden tijdens het compositieproces.
Een langdurig aanzwellend D groot-akkoord, de toonsoort van Michaels
overwinning besluit het veelbewogen werk.
Marc van Delft, 5-9-2012
==========================
Zeer provisorische pianoversie (geheel)
Preliminary, provisionally piano version