Om het
klavieruittreksel te horen /
In order to hear the pianoversion of this peace:
Music for clarinet choir
opus 151
2010
Uitgave bij / Published:
MCN (Donemus)
Tijdsduur: ca. 20 minuten / 20 minutes
Bezetting:
2 Es-klarinetten, 24 Besklarinetten, (6 -1e, 6 -2e, 6 -3e en 6 -4e klarinetten),
1 alt-klarinet, 6 bas-klarinetten, 1 contrabas-klarinet
2 Es clarinets, 24 Bes clarinets (divided in 6 1st, 6 2nd, 6 3rd, 6 4th
clarinets), 1 alto clarinet, 6 bass clarinets, 1 contra bass clarinet;
Geschreven voor 'clarinet choir' MO6 o.l.v. Pieter Zwaans, in opdracht van het Fonds voor de kunsten, afdeling compositie.
=======================================
Tijdsduren van de
5 delen aan de hand van de metronoomcijfers berekend:
Totale tijdsduur: 1167 seconden = 19.27 min. = 19
1/2
min. = ca. 20 minuten.
I
218 sec. = 3 min. 38 sec.
II 149 sec. = 2 min. 29 sec.
III 278 sec. = 4 min. 38 sec.
IV 312 sec. = 5 min. 12 sec.
V 210 sec. = 3 min. 30 sec.
=====================================
Het werk
bestaat uit de bewegingen:
Langzaam-snel-langzaam-snel-langzaam
( 5 delen die in elkaar overgaan)
Inhoudelijk gezien is het werk een vrije fantasie in een vrij muzikaal idioom, dat zowel atonaal als polytonaal of modaal (tonaal) kan zijn.
De eerste helft van het werk is echter voornamelijk in een tamelijk dissonant muzikaal idioom geschreven in een soort van 'vrije atonaliteit' (polytonaal...?), ongeveer zoals in de 2e periode van Schönberg ook het geval is, ook is er sprake van 'a-thematische' muziek, de compositie is geheel en al intuitief, vanuit een intuitief aftasten ontstaan.
Naar de overtuiging van de componist is dat de enige goede manier van componeren in deze dagen voor serieuze eigentijdse stukken waarin componisten proberen nieuwe werelden van muziek te ontdekken...
Het eerste langzame deel ligt voornamelijk in het lage register bij de bas-instrumenten, wat volgens de componist mooie, duistere sonore klanken kan opleveren. In die passage is ook gezocht naar nieuwe harmonieën in een eigentijds harmonisch idioom. De muziek is duister en dreigend zou ik zo zeggen....
Het 1e snelle gedeelte is ook voornamelijk dissonant van muzikaal idioom en ligt ook tamelijk laag, dat is voor klarinetten toch het mooist qua klank, maar bij de grote dramatische climax komen ook de Es-klarinetten erbij en gaat de melodie naar de hoogste tonen van de es-klarinetten, waarna de anticlimax volgt en alles weer in de diepte verzinkt.
Het 2e langzame deel
begint vanuit duistere diepten, maar op een gegeven moment klinkt na alle wrange
klanken en dreigende dissonanten van daarvoor een meer troostende passage in een
meer modaal-achtig muzikaal idioom, waarbij de muziek zich meer in de
middenregisters afspeelt, waarbij ook de bes-klarinetten een belangrijke rol
spelen. Maar ook in deze passages heeft de componist gezocht naar nieuwe
klankwerelden....
Als de muziek weer langzaam in de richting van een climax op beweegt ontstaan
weer wrange (polytonale?) harmonieën.
Het 2e snelle deel is
zeer ritmisch opzwepend met onregelmatige maatsoorten, in het begin met een
doorgaande triller, en met vooral kwint-kwart-akkoorden.
Daarna komt een soort muziek die meer het wrange en dissonante karakter van het
1e snelle deel heeft. Ook spannende passages met snelle eenstemmige melodieen
[in octaven natuurlijk] komen voorbij.
Er is één motief dat meerdere keren voorbij komt , en dat zijn parallelle
kwinten in de bas met snelle wisseltonen in het bovenregister (bv. C-DES EN FIS-G).
Het gegeven, het dissonante akkoord: C-DES-FIS-G wordt vrij vaak gebruikt, ook
bij het dramatische hoogtepunt.
Na dit dramatische hoogtepunt gaan de snelle 16-den-bewegingen in de bas nog
even door en ebben dan af...
Het 3e en laatste
langzame deel heeft het karakter van een intens weemoedige afscheidsmuziek, zeer
teder en doorleefd, smachtend om 'genade' of 'verlossing' na de extreme wrange
en dissonante muziek van ervoor, men zou ook kunnen zeggen: Troostend, na al het
doorstane leed...
Het slot is troostend - weemoedig berustend en het eindigt uitstervend, ahw. met
een muzikale vraag... [het bekende 'waartoe' en 'waarom'....]
Marc van Delft, November 2010
==========================================================
The piece
consists out of 5 parts or movements:
Slow-quick-slow-quick-slow.
The music is in a free a-tonal / free modal or poly-tonal musical idiom, non-thematic, a complete free fantasy, like Schönbergs music of his 2nd period, and in the vision of the composer: the only sensible way to compose serious new music in these days...
The composer did try to find new harmonies, also in the lyrical, more modal
passages.
In the beginning, we find mostly use of the lower registers and
bass-instruments, which sounds with clarinets the best.
At the end, we find music in a character of comfort, after all the bitter dissonances, anger and dramatic climaxes etc.
Marc van Delft, November 2010.
=================================