Lamento opus 131 - 2005

Voor klarinetkwintet

Gecomponeerd voor het Valerius-ensemble, in opdracht van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst. [eigen uitgave]

Indien men de foto's van de première wil zien is het misschien beter om even te wachten tot alle afbeeldingen zijn gedownload, vooraleer men de audio-link aanklikt...

Tijdsduur: Ca. 20 minuten:
Deel I: ca. 9 min. 8 sec. [ca. 12 min.]
Deel II: ca. 10 min. 44 sec. [ca. 11.30 min.]

[tijdens de premiere werd de tijdsduur van het werk in totaal enige minuten langer...]
 

De première van dit werk vond plaats:
11 maart 2007 in Enschede door het Valerius Ensemble

Locatie:
Muziekcentrum Enschede - Arke Zaal
Serie:
Valerius Ensemble

Hieronder eerst een verslag van de première met foto's, daaronder vindt men een uitgebreide toelichting.
 

Verslag van de Wereldpremière:

Op 11-3-07 vond de wereldpremière plaats, door het Valerius-ensemble in de Arkezaal in Enschede.

Op zaterdagavond 10 maart bezocht ik nog een repetitie in de Arkezaal, en daarna logeerde ik bij de klarinetist, Andre Kerver, zodat ik de volgende ochtend nog met hem kon werken aan de muzikale expressie en -gebaren van zijn klarinetpartij, zodat de melodieën zo ongeveer konden worden gespeeld zoals ik me dat voorgesteld had.
   Zondag 's middags was er nog een repetitie waarbij nog foto's van het ensemble zijn gemaakt.
  Zie de foto's hieronder.

De première was een groot succes en ik kreeg erg veel complimenten van de mensen uit het publiek die allen zeer diep waren geraakt door de intense muzikale expressie die ik in dit werk had uitgedrukt.

Andre Kerver schreef op 26 maart o.a. het volgende:

Beste Marc,

Eindelijk kom ik ertoe je mail te beantwoorden. Mijn vrouw heeft je stuk meteen beluisterd en ze vond het "gevoelig, maar ook sterk". Ik hoop dat je daarmee kunt leven;-)

 Ik krijg overigens nog steeds af en toe complimenten van mensen uit het publiek die ik dan toevallig elders tegen het lijf loop. Ze zijn zonder uitzondering onder de indruk van je stuk én van onze uitvoering. Voor een eerste keer mogen we inderdaad zeker niet ontevreden zijn, denk ik.

Marc van Delft

Marc, tijdens het etentje met Ria, vlak voor de repetitie van 10-3-07

Marc, achter de piano in het huis van Andre Kerver, de klarinettist, 11-3-07.

Idem, de ochtend voor de première.



Idem.



De klarinetist Andre Kerver in zijn huis, tijdens deze repetitie.

Die ochtend maakte Andre nog een leuke foto van Marc en Ria...

Andre Kerver in actie, tijdens de repetitie, zondagmiddag 11-3-07 in de Arke-zaal - Enschede

Andre met de beide violisten van het Valerius-ensemble

Andre, met de altvioliste en de cellist van het Valerius-ensemble.

Idem, vlak voor de uitvoering om half 3 in de Arkezaal.

[het schijnt dat de bovenstaande foto's ook bestanden zijn die als 'MOVIE-fragmenten'  met muziek en al te bekijken zijn, indien men de juiste software heeft....]

Voor de première van Lamento hield Marc een toespraak over het ontstaan van dit werk.

Marc bedankt het Valerius-ensemble tijdens het applaus na de première.

Na afloop van het concert werd het Valerius-ensemble nog met bloemen bedeeld...

Uitgebreide toelichtingen:

Het Lamento opus 131 is, zoals de titel al aangeeft, bedoeld als een klaagzang.

Kort tevoren had ik ‘Lamento e Trionfo’ gecomponeerd voor het Frysk Fanfare Orkest, wat door hen op het WMC 2005 te Kerkrade werd uitgevoerd.

Dit werk begint met een Lamento, een klaagzang, in de stijl van Armeense klaagmuziek.

Normaal wordt deze klaagmuziek gespeeld met de Duduk, de Armeense klarinet. Dit werd in het fanfare-orkest vervangen door saxofoons en een solobugel.

Ik had dit soort muziek voor het eerst gehoord bij een dansavond van het Internationaal danstheater [het was een puur instrumentaal tussenspel] en het maakte toen een verpletterende indruk op mij, ik besloot toen dat ik er ook iets mee wilde doen.

Het 1e werk waarin ik dat deed was het bovengenoemde.

Wat ik zo fascinerend van dit soort muziek vond, behalve de onzegbare melancholie, was het feit dat de melodie circuleert rond de kwart van de mineurtoonladder ipv. rond de kwint, aldus een instabiele, verlangende, onrustige toonfunctie als een soort dominant gebruikende. Dat gaf aan deze muziek deze bijzondere weemoedige maar ook zeer verlangende en vragende, smachtende werking….

    Toen mij de gelegenheid werd geboden een werk voor klarinetkwintet te componeren had ik de beschikking over een èchte klarinet, zodat ik nu een klaagzang in Armeense stijl met een echte klarinet zou kunnen schrijven…

Bovendien is de begeleiding van strijkers een stuk romantischer, milder en weker als wanneer men slechts de beschikking heeft over koper….

 ____________________

Het werk bestaat uit 2 delen, waarbij het eerste deel in het teken staat van het Armeense lamento, en doorsneden wordt door een aantal intermezzi, zodat in feite een soort rondovorm ontstaat.

Het eerste Deel

Als men de klaagzang door de soloklarinet als ‘refrein’ ofwel A opvat, dan kan men de volgende indeling maken:

De vorm van het 1e deel:

Gedeelte:             omschrijving:                                  bladzijde:   maat:

Refrein=A            Lamento, klarinetsolo, Armeense stijl           1            1

1e couplet=B         verdere ontwikkeling van dit gedeelte           8            36

Refrein = A           Lamento, klarinetsolo, Armeense stijl           19          82

2e couplet=C        gedeelte met groot-7-akkoord in 3/4ligging   22          95

Refrein=A             Lamento, klarinet in hoge ligging, c moll       28          128

3e couplet=D         Hogestrijkers-3klanken, liggende C’’           30          137

4e couplet=E         Fuga in de strijkers, climax, anticlimax         33          146

Refrein=A             Lamento, klar. Lage ligging, reprise-slot       39          180

Het 1e couplet [in g klein] vloeit natuurlijk voort of ontwikkelt zich uit het voorgaande lamento en gaat ook naar een climax en anticlimax toe. Na de anticlimax keert het lamento terug. In het C-deel gebruik ik als akkoord-begeleiding mijn favoriete akkoord [groot septiem-akkoord in ¾-ligging in wijde ligging ed.] , wat ik in veel stukken reeds heb gebruikt en wat een zeer fraai en diepzinnig, weemoedig akkoord is, wat altijd een bijzonder effect heeft op de ziel.

Dit gedeelte beweegt zich ook op hartstochtelijke wijze weer naar een climax, waarna na de anticlimax opnieuw het lamento terugkeert, maar nu hooggelegen, in c klein dit keer, in het 2-gestreept octaaf.

Aangezien in de delen ABA de klarinet de melodie speelt en de boventoon voert wordt in het C-deel de melodie door de viool gespeeld, zodat de klarinet duidelijk kan laten merken dat zijn rol meer verbonden is met de Armeense klaagzang.

Het D-gedeelte is een heel teder, hooggelegen passage voor alleen de strijkers wederom, met fraaie weemoedige 3-klanken. Aangezien in deze passage geen climax werd opgebouwd volgt nu een volgend couplet, E, met een fuga in de strijkers wederom, die nu langzaam maar gestaag een laatste climax opbouwen. Na het hoogtepunt zorgen berustende kleine 7-akkoorden voor de anticlimax [37, mt. 173] waarna het laatste lamento in de klarinet terugkeert, nu weer in het lage klein- en eengestreepte octaaf, ook weer in G klein, zoals ook in het begin, een soort reprise dus…

Op blz. 40 komen nog een keer de berustende kl. 7-akkoorden voorbij als een soort slotcadens. De lage G [groot octaaf] in de cello begeleidt dit keer als bourdontoon de laatste solo van de Bes-klarinet.


Het tweede deel

Het 2e deel begint als een snel deel en eindigt als een langzaam deel met een soort terugblik op het begin, zodat het werk als geheel daardoor de vorm van

Langzaam-snel-Langzaam krijgt.

Het 1e deel is tragisch en klaaglijk van karakter, en door de langzame beweging wordt spanning opgewekt die aan het begin van het 2e deel tot ontlading komt. Dit snelle deel mondt na een snel, spanning opwekkend gedeelte uit in een zeer dramatische en hartverscheurende, noodlottige climax die ineenstort in de meest wrange, zure en bittere dissonante akkoorden, waarna een meer berustend, misschien meer troostend slot volgt, dat weer eindigt met een reprise van het begin, de klarinet-lamento, dit keer door de wat donkerder en mildere A-klarinet, waarna nog een soort vredige en berustende epiloog volgt met het lamento-thema, nu weer in de Besklarinet, maar nu in G majeur….

In het snelle deel wordt de basklarinet gebruikt om de baspartij te versterken.

In het begin van het 2e deel en bij de dramatische climax wordt voortdurend een menging van 2 mineur-3-klanken op grote secunde afstand gebruikt als harmonie, een andere veelgebruikte harmonie van mij.

Tijdens de climax-passage [E, 101-vanaf mt. 216] worden heel dissonante akkoorden gebruikt met clusterachtige kleine secunde-stapelingen.

In de passage na blz. 107, mt. 252 [G] komen weer de drieklanksmengingen terug, maar nu ook in allerlei andere combinatie met majeur-3-klanken…

Het begin van het snelle gedeelte [B] blz. 47, mt. 20,  is een gedeelte met veel strijkertremolie  waarbij de melodie vooral in de bassen zit.

De 2e helft van het snelle deel [C, blz. 75, mt. 123] is een gedeelte waarbij in de bas een soort orgelpunt van E-F-wisseltonen zit, terwijl de akkoorden en melodieën in een diatonisch soort phrygische toonladder staan.

Vanaf maat 167, blz. 88 [D] begint het dramatische climaxgedeelte met de 2 mineur-3-klanken-combinaties, wat ook weer terugverwijst naar de langzame inleiding van het 2e deel.

Deze akkoorden klinken zeer smartelijk en staan natuurlijk in groot contrast met het meer diatonische 1e deel en het diatonische lamento.

Deze passage is ook weer alleen maar voor de strijkers, zodat de rol van de klarinet weer wordt opgespaard voor de terugkeer van het lamento….

 De vorm van het 2e deel zou dus als volgt kunnen worden omschreven:

Omschrijving:                                                               bladzijde: maat:

A: Langzame inleiding, menging van 2 mineur-3-klanken,            43      1
melodie in 1e vl. & klarinet, opbouw van pp naar fff,
smartelijke expressie, dalende chromatiek in de melodie;

 B: 1e gedeelte vh snelle deel. Strijkertremolie, melodie in de       47      20
bassen; spanning opwekkend, ook een soort rondovorm;
Basklarinet speelt met de cello mee.

 C: Gedeelte in diatonisch phrygisch met E-F-in de bassen;        75      123
diatonische dissonante akkoorden, afgewisseld met wissel-
toonbewegingen. [2e gedeelte snelle deel] Basklarinet;

D: Harmonisch gezien reprise van het B-deel, de 2 mineur-        88     167
3-klanken op gr.2-afstand; dramatische climax, zeer smartelijk;
extreme wanhopige en dramatische uitbarsting van pijn en
wanhoop, woede; -alleen gespeeld door de strijkers;

E: Climax-gedeelte [fffff]; extreem dissonante akkoorden, al-      101    216
leen door de strijkers; Wrang, zuur, bitter, extreme pijn/smart;

F: Anticlimax, op de lage C-cello, dissonante akkoordenstape-    105    235
ling, klaaglijke vioolmelodie [zuchten…]; -alleen strijkers+bscl.

G: Meer troostend, berustend gedeelte met akkoorden die naar     107   247
B en D verwijzen, maar met majeur-3-klanken ertussen in ver-
schillende combinaties, -alleen strijkers; voortzetting anticlimax;
 

         -Langzaam deel, reprise van het lamento:

H: Reprise van het begin van het 1e deel, het lamento, de terug-   110    269
keer van de klarinet als solist van de lamento-melodie, maar nu
de iets donkerder A-klarinet, met Fis als Bourdontoon [fis klein].

Na de akkoorden [zoals in het G-deel als slotcadens] volgt:         113    278

I: De reprise van het lamento door de Besklarinet, nu in G dur,    113    280
met G-dur-6/4-akkoorden, eindigend in berustende vrede….

Marc van Delft 

=============================================