Voor een opname van dit werk:
For a recording
of this work:
KLIK HIER /
CLICK HERE
Voor een fotoverslag en bespreking van
de première:
KLIK HIER
Riverbank-fantasy opus 138
[2006-07]
[At the banks of the river Rhine...]
3 versies / 3 versions:
1/ voor fanfare-orkest
2/ voor fanfare-orkest + fluit-piccolo
3/ voor harmonie-orkest
/
for symphonic band
Uitgeverij/ Publisher: Bronsheim.
Superieure (Concert) afdeling.
Tijdsduur: 15-16 minuten.
Voor het bestellen van de bladmuziek zie deze
linken:
To order the sheet music see these links:
Fanfare:
https://bronsheimmusic.nl/riverbank-fantasy-fanfare
https://bronsheimmusic.nl/riverbank-fantasy-harmonie
En
zie deze link:
https://ammusic.nl/nl/concert-concours/2406-riverbank-fantasy.html?search_query=marc+van+delft&results=46
Gecomponeerd voor:
de Fanfare St. Cecilia uit 'Millingen aan de Rijn'
o.l.v. Dick Bolt.
Het werk is half maart 2007, voltooid.
Over het orkest en de tot stand koming van het werk:
De Fanfare St. Cecilia uit Millingen a/d Rijn is een zeer goed fanfare-orkest, een van de beste uit Gelderland.
Naar
de wens van orkest en bestuur heeft de componist getracht om iets van de
omgeving en / of de geschiedenis van dit dorp in het werk te verwerken. Voor dat
doel bezocht de componist het dorp om zich door de voorzitter te laten
rondleiden, die wat plekken uit de omgeving heeft laten zien en wat over de
geschiedenis heeft verteld.
Hetgeen wat de componist het meeste trof was de eeuwige dramatische strijd die
de dorpsbewoners rond de Rijn moesten voeren tegen de het wassende water, het
gevaar voor desastreuze overstromingen ed.
Hij besloot dat dit het programmatische thema werd waar in het stuk aan zou
worden gerefereerd.
Toelichtingen:
In
dit werk wordt gerefereerd aan de eeuwige strijd die de Rijnbewoners moeten
voeren met het wassende water van de Rijn en het gevaar van overstromingen.
Er zijn
citaten in verwerkt uit het begin van 'Rheingold' van Wagner, het 5 minuten lang
bewegende Es-groot-akkoord*, die 'de eeuwige rivier van Europa' verbeeldt...
[maat 70]
[*ook
de 'Rheinische Symphonie' van Schumann staat in Es groot! Es groot is dus DE
toonsoort van de oerrivier de Rijn!]
In een pastoraal en impressionistisch getint gedeelte in Es groot wordt
gerefereerd aan de schoonheid en rust van de natuurgebieden rond de Rijn. [deel
2]
Speciaal om deze pastorale sfeer goed te kunnen treffen werd een partij voor
fluiten / fluit en piccolo [als facultatief] toegevoegd aan het fanfare-orkest,
een primeur in de fanfare-wereld, aangezien het hoge register geheel en al
ontbreekt in het fanfare-orkest, en juist fluit en piccolo klinkt bij een
fanfare-orkest fantastisch!!...
Het werk bestaat uit 3 delen, niet omdat het werkelijk uit ‘3 delen’ bestaat,
maar aangezien er een ad libitum fluit- piccolo-partij aan is toegevoegd. In
deel 1 en 3 is deze partij ‘ad libitum’, indien aanwezig. In deel 2 echter zijn
er 2 versies: A/ Een versie met fluit en piccolo, en B/ een versie zònder
fluit-piccolo.
Deze 2 versies zijn dan ook verschillend.
Deel 2 is het gedeelte die de pastorale rust verbeeldt langs de oevers van de
Rijn...
In werkelijkheid is het werk één deel, de 3 delen lopen in elkaar over.
De opbouw is als volgt:
Deel 1:
Een vitaal, onuitblusbaar heroïsch 1e thema, gevolgd door het Es-groot-gedeelte
dat het eeuwige stromen van de Rijn verbeeld als overgang [maat 70].
Hierna [maat 94] volgt dan een lyrisch 2e thema [in het lieflijke F dur].
Bij deze 2 thema's zou men eventueel aan de volgende programmatische gegevens
kunnen denken:
Thema 1/ de niet aflatende strijdvaardigheid en overlevingswil van de
Rijnbewoners, en:
Thema 2/ Het wel en wee van hun privé-leven, met hun lief en leed...
Het eerste thema bestaat uit 2 motieven, het begint met een strijdvaardig,
stijgend motief [maat1] en wordt afgewisseld met een motief van 2 maten [maat 6]
dat zich sequensmatig herhaalt en een hoogtepunt opbouwt.
Na een anticlimax [maat 13] volgt [maat 15] weer het 1e motief.
Deze 2 motieven wisselen elkaar een aantal keer af, en worden ook afgewisseld
met enige andere motieven.
Op maat 70 volgt dan de verwijzing naar Rheingold van Wagner, het eeuwige
stromen van de oerrivier, de Rijn in Es groot.
Op maat 94 volgt het rustige, lyrische 2e thema in F groot.
Deel 2:
Na het
2e thema volgt een langdurig en zeer meditatief pastoraal gedeelte in de 'Rijn-toonsoort'
Es dur, die de pastorale rust en schoonheid van de natuurgebieden langs de Rijn
[De Duffelt] verbeeldt.
Deel 3:
Hierna volgt een [doorwerkingachtige] passage die de dreiging van een
overstroming in stormachtige en dramatische weersomstandigheden verbeeldt...
Na een heroïsche strijd en vele angsten, verschrikkingen en gevaren die de
Rijnbewoners moeten hebben doorstaan, waarbij het 1e thema bij wijze van spreken
de hoofdrol speelt, in de strijd met het wassende water, neemt de rivier weer
zijn aloude rustige wijze van stromen aan en eindigt het werk in het Es groot
van 'de eeuwige stroom'...
Tijdens dit Es-dur-slotgedeelte verschijnt ook nog een maal het [begin van
het] lyrische 2e thema, maar nu in een apotheotische vorm, en in de
heldentoonsoort Es dur [i.p.v. het lieflijke F groot] [ongeveer zoals bv. aan
het eind van Tsjaikowsky's 1e pianoconcert] ten teken dat het gewone leven met
het wel en wee van ieders privé-leven weer zijn normale voortzetting krijgt, en
dat dit gewone leven het ook weer gewonnen heeft van het gevaar en alle strijd
die gestreden moet worden tegen het water...
[-grappige anekdote: De vriendin van de componist heeft begin december 2006 een
piano gekocht, [o.a. teneinde het mogelijk te maken om de componist bij haar
thuis te laten spelen en componeren] van het merk 'Rheingold'... Aangezien het
nieuwe werk gedeeltelijk is geïnspireerd door haar [het 2e thema, geïnspireerd
op of verwijzend naar Wagners 'Senta-thema'...] is het opvallend dat in de tijd
dat de componist erg bezig was met de Rijn, met Rheingold, met het Es dur van
'het eeuwige stromen van de Rijn' en met haar als geliefde [dit werk is de
eerste vrucht van haar inspirerende werking...], dat zij dan een piano aanschaft
met het merk 'Rheingold'.... [wat dit alles samenvat...] Dat kàn bijna geen
toeval zijn!! -N.B.: Het einde van het
werk vat dit alles samen!]
Het
derde gedeelte begint met de voortzetting van de kwarten-triolen-beweging van
het pastorale gedeelte, maar nu mengt het zich met een stille dreiging, de eens
zo vredige, kalme eeuwig doorgaande beweging krijgt een onderhuidse dreiging van
naderend onderhuids gevaar….
Dit bereikt een hoogtepunt op maat 15, waarna ipv. een kwarten-triolen-beweging,
nu een 16en-beweging wordt geïntroduceerd…
In het volgende gedeelte vinden we nu veel gebruik van de hele-toons-toonladder,
sinds Debussy natuurlijk synoniem met de verbeelding van het water…
Een nieuw hoogtepunt wordt opgebouwd…
Op maat 45 wordt de climax-opbouw nu geïntensiveerd door het gebruik maken van
chromatische toonladders en mineurdrieklanken, waardoor alles nu een meer
grimmig en dramatisch karakter begint aan te nemen…
Op maat 50 wordt de toonsoort D klein bereikt, de Vissen- Saturnus-toonsoort van
het Noodlot en de Dood.
We vinden hier een ander Wagner-citaat, namelijk een verwijzing naar het
‘Vliegende Hollander-motief’.
Dit refereert ook aan storm, hoge golven en naderend onheil, maar bij de
Vliegende Hollander op zee, hier op het land…
Maar indien we ons bij het hoog water ook nog een storm voorstellen met regen en
zware wind, dan kan de omstandigheid aan de oevers van de Rijn wellicht ook zeer
dreigend, onheilspellend en fataal zijn…
Op
dit moment vinden we een eerste aanzet tot de reprise van het eerste thema, want
nu, op het hoogtepunt van de noodlottige storm, is de heldenmoed en de
onuitblusbare werkkracht van de Rijnbewoner natuurlijk essentieel in de strijd
met het water…
Vooralsnog volgt op maat 68 echter eerst nog een fataal gedeelte met wrange
mineur-akkoorden waarna op maat 76 opnieuw een fataal D-klein wordt bereikt.
De stijgende chromatiek in de bas zet zich echter voort en mondt uit in de
FFFF-ultieme dramatische climax van het werk, en dit mondt uit in een andere ,
evenzeer noodlottige toonsoort: Bes klein van de Schorpioen, bij uitstek dè
toonsoort van de begrafenismuziek en treur- en dodenmarsen ed.
Op 82 klinken majestueuze grote terts-klanken [=majestueuse ‘Jupiter-effect’…]
ten teken dat er een soort belangrijke ommekeer heeft plaatsgevonden….
Op maat 86 een plotseling subito piano, met nerveuze syncopen, en op maat 92 de
eigenlijk REPRISE VAN HET EERSTE THEMA…
Maat
92 kan men dus opvatten als de reprise van de sonatevorm, de reprise van
het 1e thema…
Maat 92: Aanvankelijk vinden we alleen maar een verwerking van het 1e,
stijgende motief van het 1e thema, en wat ander materiaal, pas op
maat 112 vinden we voor het eerst dat er gebruik wordt gemaakt van materiaal van
het 2e motief. Op dit 2e motief wordt nu zeer uitgebreid
een climax opgebouwd die op maat 131 leidt tot de ultieme heroïsche
strijdvaardige, overwinningsclimax [ffff] waarbij we het gevoel hebben dat de
heldenmoed der Rijn bewoners nu geleid heeft tot een OMMEKEER, waarna het alleen
nog maar de goede kant uit kan gaan….
Maat 135, de storm en het wassende water lijken voorbij, de Rijn begint weer op
zijn normale manier te stromen, en nu verschijnt dan voor het eerst weer het
RIJNmotief uit Wagners Rheingold.
Dit ‘Rijnstromen’ gaat enige tijd verder en op 154 klinkt een soort
overwinningsmotief in de trompetten, wat uitmondt in het 2e thema,
dat nu, in Es dur is getransformeerd tot een soort plechtige
overwinningsmelodie, met klokgelui en al….
Op 176 vinden we dan als afsluiting het coda met een laatste terugblik op het 1e
thema, eerst op maat 176 het 2e motief en op maat 184 tenslotte het 1e
motief.
Tenslotte vanaf maat 189 een lang uitklinkend, heroïsch en majestueus Es groot
en de slotakkoorden!
De totale vorm is dus:
1e deel:
Expositie:
1e thema, heroïsch thema
Intermezzo: De Rijn
2e thema: Lyrisch thema.
2e deel:
Intermezzo: Pastorale muziek
3e deel:
Doorwerking en Reprise:
Doorwerking:
De storm, de Rijn dreigt te overstromen.
Reprise:
1e
thema,
A/ verwerking van het 1e motief
B/ verwerking en apotheose van het 2e motief
2e thema: Apotheose van het 2e thema
Coda: 1e thema, het 2e en 1e motief.
----------------------------------------------
Marc van Delft, 13-3-07, Den Haag.
Tijdsduur:
1e deel: ca. 5 min. + 16 sec.
2e deel, met fluit: 3 min. + 17 sec.
2e deel, zonder fluiten: 3 min. + 8 sec.
3e deel: 6 min. + 40 sec.
Totaal:
Versie met fluiten: 15 min. + 13 sec.
Versie zonder fluiten: 15 min. + 4 sec.
_________________________
Programmaboekje van de première:




